MALDD : Groen, levendig met een veelzijdig karakter

Karakterschets van een nieuwe gemeente bestaande uit oude dorpen

OMGEVINGSKENMERKEN

De dorpen die samen de nieuwe heuvelruggemeente MALDD gaan vormen, hebben hun landelijke karakter tot op heden behouden. In hun historische ontwikkeling is steeds sprake geweest van een beperkte groei van de kernen met respect voor het landschap en de natuur die in en om de dorpen aanwezig is. Deze natuurwaarden zijn hét kenmerk van het hele gebied dat de dorpen omsluit : het oostelijk deel van de Utrechtse Heuvelrug. De bijzondere waarde ervan is landelijk bevestigd doordat het grotendeels de status van Nationaal Park heeft gekregen.

In maatschappelijk zin zullen de inwoners op de stedelijke gebieden gericht zijn voor de ‘grote’ voorzieningen, zoals bijvoorbeeld theaters en ziekenhuizen. Maar het belangrijkste blijft dat er vijf dorpen zijn met elk een eigen karakter, die lange tijd zichzelf prima gered hebben in het verleden. De inwoners voelen zich thuis in hun eigen leefgemeenschap en willen graag dat ook in de toekomst de identiteit en de interessante karakterverschillen ten opzichte van de overige dorpen bewaard blijven..

Dit landelijke gebied van de provincie Utrecht ligt ingeklemd tussen een aantal stedelijke gebieden. In het westen en noorden het gebied van de BRU gemeenten, behalve Utrecht o.a. ook Houten, Bunnik, Zeist en de Bilt. Het gemeenschappelijke bestuur van deze BRU gemeenten hecht vooral waarde aan zaken die bij stedelijk gebied passen zoals ruimte geven aan economie en vervoer en het creëren van extra woonruimte. Er is gekozen voor een toekomst met een stedelijke ontwikkeling.

In het noordoosten ligt de tweede grote stedelijke kern in de nabijheid van de nieuwe gemeente: Amersfoort. Dit gebied heeft een vergelijkbare doelstelling en ontwikkeling als de stadsregio rond Utrecht. Verder naar het oosten liggen Veenendaal, Ede en Wageningen die ook hebben gekozen voor een min of meer stedelijke ontwikkeling.

Bij het bepalen van natuur en bebouwing in de heuvelruggemeente zal tegenwicht geboden moeten worden aan de bestaande of vermoedelijke plannen van deze omringende gemeenten.

Aan de zuidwestelijke begrenzing is meer waarde gehecht aan het landschap bij de ontwikkeling van de gemeenten. Wijk bij Duurstede heeft een uitgesproken landelijk karakter, wat blijkt uit het behoud van de kleinere kernen als Cothen en Langbroek.

PROFIEL

Uitgaande van deze eerste en oppervlakkige oriëntatie op de ruimtelijke en maatschappelijke omgeving waarin de nieuwe gemeente zal ontstaan, is het profiel van de nieuwe gemeente te vatten in de volgende kernwoorden:

  1. GROEN
  2. LANDELIJK
  3. CULTUURHISTORIE
  4. FUNCTIEVERMENGING
  5. DYNAMIEK
  6. VERSCHEIDENHEID
  7.  

1. GROEN

De status van Nationaal Park van een groot deel van het grondgebied van de nieuwe gemeente is niet vrijblijvend. Het is een factor van belang bij de bepaling van het karakter van de gemeente. Natuurbehoud en natuurontwikkeling nemen een vooraanstaande plaats in bij het realiseren van het toekomstbeeld. Hierbij zullen de betrokken bestuurders moeten samenwerken om de doelen van het Nationaal Park te bereiken.

2. LANDELIJK

Een functie als nationaal park is niet te rijmen met een grootschalige uitbreiding van de bebouwing. Het landelijke karakter zou alleen al om die reden behouden moeten blijven. Er zijn echter meer argumenten aan te voeren. Een stedelijk ontwikkeling, grootschalige woningbouw en uitbreiding van bedrijfsterreinen zouden niet passen bij het verleden. Bovendien zijn er al voldoende kernen in de nabije omgeving die daar wel voor gekozen hebben. Hier hetzelfde doen voegt niets toe voor de regio als geheel, bewaren van het natuurlijke en landelijke karakter wel.

Dit sluit ook gróte ontwikkelingsplannen voor recreatie uit. Kampeerterreinen en dergelijke kunnen wel, binnen de grenzen die het Nationaal Park toelaat, maar een tweede ‘Grote Bos’ of complexen zoals Center Parks niet.

3. CULTUURHISTORIE

Over de cultuurhistorische waarde van de Stichtse Lustwarande is iedereen het eens. Het unieke hiervan is belangrijk om te bewaren, wat in elk van de afzonderlijke kernen zo gevoeld wordt.

4. FUNCTIEVERMENGING

De kernen hebben alle een grote mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Dat moet zo blijven. Dit betekent dat bij nieuwe plannen van de gemeente wordt uitgegaan van diversiteit in het hele gebied. Een bepaalde functie bundelen in of bij één dorp wordt vermeden; dus niet bijvoorbeeld alle zorginstellingen in Doorn of alle recreatie in Leersum enz.. Ook op lager niveau -dus in elk dorp- is dit een belangrijk uitgangspunt. Waar mogelijk blijft kleinschalige bedrijvigheid in de buurt en wordt de verplaatsing hiervan naar bedrijfsterreinen vermeden.

5. DYNAMIEK

Bovenstaande karakterisering moet niet leiden tot stilstand. De nieuwe gemeente is geen openluchtmuseum. Er moet ruimte blijven voor de individuele burger om in zijn eigen gemeente een bedrijf te beginnen en in zijn levensonderhoud te voorzien. De noodzakelijke bedrijvigheid en de grenzen daaraan zullen in de loop der tijd duidelijk worden.

Ook binnen D66 is er in de aanloop naar de nieuwe gemeente in dit opzicht nog veel te doen. Om de toekomstige bestuurders een leidraad te bieden is het is noodzakelijk dat een beleidsplan voor de gehele gemeente wordt bedacht. Een plan dat het mogelijk maakt om verschillen te laten bestaan en ontstaan in elk dorp of gebied omdat de wensen niet overal hetzelfde zullen zijn.

6. VERSCHEIDENHEID

Het gebied is uitgestrekt en het karakter van bijvoorbeeld Amerongen en zijn gemeenschap is anders dan dat van Maarn of Driebergen. Daar moet ruimte voor blijven.

Toch moeten we zeker niet vergeten aandacht te geven aan datgene wat ons bindt. Het is belangrijk om te kijken op welke gebieden eenheid juist versterkend werkt voor de nieuwe gemeente.