Gemeente met stijl,

Bestuur nieuwe stijl’

Verkiezingsprogramma 2005 D66 afdeling Heuvelrug

Dit programma is gebaseerd op diverse workshops, discussies met deskundigen en geïnteresseerde D66 leden, de commentaren en aanvullingen op het 1e conceptprogramma die zijn binnengekomen op de inloopavonden en via de e-mail, de wijzigingen die afgesproken zijn op de ledenvergadering en de 5 nog openstaande punten die via e-maildiscussie en -stemming zijn bepaald.

De Programmacommissie van D66 Heuvelrug, augustus 2005.

Inhoud

Inleiding

Gemeente met stijl

Deel 1: Bestuur

Heuvelrug, een nieuwe gemeente, fris besturen

1. Besturen nieuwe stijl
2. Overige plannen op bestuurlijk gebied

Deel 2: Beleid

Groen, met ruimte om te leven

3. Natuur en milieu
4. Wonen en bouwen
5. Verkeer en vervoer

Een bloeiende economie, nu maar ook later

6. Economische vitaliteit
7. Onderwijs en (kennis)economie

Veilig, plezierig en gezond leven

8. Sport
9. Gezondheid, zorg en welzijn
10. Cultuur
11. Veiligheid en leefklimaat

De gemeentelijke lusten en lasten: kwaliteit voor een redelijke prijs

12. De gemeentelijke financiën op orde
13. De gemeente als dienstverlener
14. Tenslotte

 

 

 

Inleiding

Gemeente met stijl

Door de grote hoeveelheid natuur en historische bebouwing die prachtig in elkaar grijpen kun je met recht zeggen dat onze gemeente* stijl heeft. Ook het besturen daarvan moet met stijl gebeuren. Wat dat precies inhoudt is wat moeilijker te omschrijven maar we doen toch een poging:

"Stijlvol" is een combinatie van fatsoenlijk, positieve uitstraling hebben, kundig, moedig, oprecht, eerlijk, op persoonlijk vlak altijd respectvol in de omgang én dit ook terug mogen verwachten, sterk maar niet arrogant.

Om dit te bereiken moeten de mensen op alle niveaus in de Gemeente* zich gaan realiseren dat ze door het volk zijn aangesteld -én betaald worden!- om de zaken goed te regelen.

Zaken regelen doen ze nu teveel op zichzelf en gaan daardoor in hun eigen waarheden geloven. Nu is het zo dat ze de burger vooral zien als een lastige hindernis bij de uitvoering van hún plannen! Om bij de les gehouden te worden moeten ze samenwerken.

Samen in gesprek. Samen leren van elkaar. Samen (met u) kijken wat het beste is voordat in de raad besluiten worden genomen. Niet nodeloos en gedwongen maar met iedereen die dat graag wil. En uiteindelijk samen er iets moois van maken. Hopelijk wordt u dan weer een beetje trots wordt op onze gemeente met stijl!

Programma in twee delen

Bovenstaande is het belangrijkste probleem dat D66 wil aanpakken.

Dit gaat dus niet over de inhoud van beslissingen maar hoe ze tot stand komen. Daarom is dit verkiezingsprogramma opgedeeld in twee stukken:

  • Bestuur (totstandkoming van beslissingen)
  • Beleid (inhoud van beslissingen)
  • In deel 1 geven we aan hoe de verschillende betrokkenen -in maatschappij én bestuur- beter kunnen samenwerken bij de totstandkoming van beslissingen. D66 is als politieke partij één van die betrokkenen en heeft een mening over vele beleidszaken.

    In deel 2 zijn onze meningen en standpunten voor wat betreft het inhoudelijke beleid te vinden. Deze zullen wij inbrengen in het bestuurlijke proces.

    Als dit proces goed verloopt -dus zoals we beschrijven in deel 1- wordt er meer gebruik gemaakt van kennis uit de maatschappij en de bevolking. De kennis van het hele bestuur (dus inclusief onszelf) zal hierdoor groeien. Wij zullen dan niet bang zijn om als dat nodig is onze visie bij te stellen.

    In deel 2 vindt u onze visie zoals hij nu is.

    Niet alles overhoop

    In onze visie speelt het groene karakter van de gemeente een centrale rol. Maar ook het besef dat er veel goeds te behouden is, heeft ons denken bepaald. Samenwerken doe je omdat ieder iets unieks te bieden heeft. Zo heeft ieder dorp zijn eigen sfeer, eigen historie en eigen verenigingen, kortom zijn eigen karakter. En dat wil D66 graag zo houden. Niet alles hoeft overhoop door de fusie, wat goed is moet blijven.

    * Let op: gemeente (zonder hoofdletter) is het geheel, Gemeente (met hoofdletter) is de organisatie.

    terug naar inhoudsopgave

     

    Deel 1: Bestuur

     

    Heuvelrug, een nieuwe gemeente, fris besturen

    1. Besturen nieuwe stijl

  • Aanpakken van kloof tussen burgers en bestuur
  • De Gemeente als partner: niet ‘nee tenzij’ maar ‘ja mits’.
  • Planvorming meteen samen met de betrokkenen
  • Groep betrokkenen bij elk issue anders
  • Griffie faciliteert overleg met betrokkenen
  • Betrokkenen hebben invloed, Gemeenteraad beslist
  • Beleids- en besluitvorming goedkoper
  • Een bestuur moet goede beslissingen nemen en daadkrachtig zijn. Dit kan alleen als je samen met anderen achter iets staat. Daarvoor is het nodig dat je begrip hebt voor elkaars (meestal niet overeenkomende) belangen. Dit lukt het best als je zo vroeg mogelijk met andere betrokken partijen communiceert en samenwerkt.

    Dit geldt zeker in een gemeente. Er moet samengewerkt worden; met andere gemeenten, binnen de gemeente de dorpen onderling, maar vooral ook de Gemeente met de (bij een onderwerp betrokken) bevolking.

    Hoe gaat het nu

    Helaas laat die samenwerking tussen Gemeente en burger te wensen over. Op een of andere manier is het gemeentebestuur in een situatie verzeild geraakt dat haar beslissingen te ver afstaan van de maatschappij en de dagelijkse praktijk. Dit wordt in de kleinere dorpen minder sterk gevoeld door de zeer korte lijnen tussen burgers en bestuur, maar dit zou voor hun in de nieuwe veel grotere gemeente ook een probleem kunnen worden.

    Op dit moment worden gemeentelijke plannen vaak eerst voorbereid door de Gemeente en/of Gemeenteraad. In een te laat stadium raken burgers op de hoogte van al uitgewerkte plannen.

    Op dat moment is al veel tijd en geld in het plan gestoken en heeft het bestuur tot veler ontevredenheid de natuurlijke neiging het plan hoe dan ook door te zetten en nog slechts marginale wijzigingen aan te willen brengen.

    Wanneer de burger met een eigen initiatief wil komen, is de weg naar politieke besluitvorming zo lang en stroperig dat de meeste mensen er al niet eens meer aan beginnen.

    Samen gaat het beter

    De fusie tot één nieuwe, grotere gemeente biedt een grotere kans om dit te veranderen dan in de bestaande kleinere dorpen. We willen een frisse start maken.

    Door de grotere Gemeente is een professioneler en efficiënter ambtenarenapparaat en een hogere kwaliteit wellicht ook van raadsleden en college mogelijk. We zullen hiervoor strijden maar daarmee is het bovenstaande probleem nog niet opgelost.

    Wat veel belangrijker is, is een minder angstige en dus klantvriendelijker instelling van de Gemeente. Een Gemeente die eerder overlegt met, en dus ook beter luistert naar haar burgers. In praktijk betekent het dat vanaf het eerste begin van beleidsvorming (op eigen of burgerinitiatief) overleg moet worden gevoerd met de betrokkenen bij dat specifieke onderwerp.

    De betrokkenen zijn: burgers die een onderwerp zo aangaat dat ze uit eigen beweging willen meepraten, burgers die deskundig zijn op het betreffende onderwerp, belangengroepen, politici en de betrokken ambtenaren. Dit moet juist geen vaste geformaliseerde groep zijn.

    We willen dat het bestuur dit overleg op een vroeger moment dan gebruikelijk mogelijk maakt en voert.

    Rol van de Griffie

    D66 stelt voor in de nieuwe Gemeente de Griffie van de Gemeenteraad bij beleidsvorming een centrale rol te geven in het tijdig betrekken van deskundige en belanghebbende burgers. De Griffie kan op onafhankelijke en objectieve wijze het proces van overleg tussen de Gemeente en betrokken burgers starten en onderhouden. Hiervoor moet de Griffie onder andere:

  • inzicht opbouwen in belangen(groeperingen) in de gemeente,
  • actief en zo vroeg mogelijk het contact zoeken met de direct betrokken en belangstellende burgers,
  • het aanspreekpunt zijn voor burgers met initiatieven en deze initiatieven doorgeven aan Raad en Gemeente,
  • het overleg tussen betrokkenen en Gemeente faciliteren.
  • In feite creëert de Griffie zo een proces en plek waar zo vroeg mogelijk ideeën vrijelijk kunnen worden uitgewisseld en besproken, zodat in alle vrijheid en openheid de beste alternatieven naar voren kunnen komen. Het is hierbij van groot belang dat niet alleen de Gemeente luistert naar de burger maar andersom ook de betrokkenen duidelijk wordt wat de beperkingen en de belangen van de Gemeente zijn.

    Door dit overleg wordt het inzicht bij alle partijen groter, profiteert de Gemeente van deskundigheid onder haar inwoners, en worden er betere oplossingen gevonden met veel meer instemming van de burgers!

    Rol van de Gemeenteraad

    De Raad doet de laatste check en beslist. De betrokkenen hebben gezonde invloed maar nooit het eindbeslissingsrecht. Er moeten ook knopen doorgehakt kunnen worden.

    Er zullen over het algemeen betere voorstellen in de Gemeenteraad gebracht worden die dus ook veel sneller zullen worden aangenomen.

    Door betere, dicht bij de maatschappij staande besluiten kunnen we het vertrouwen van de burger terugwinnen.

    Ook denken wij dat de kosten van beleids- en besluitvorming lager worden, door minder ambtelijk voorwerk dat opnieuw gedaan moet worden, en een kortere totale doorlooptijd.

    Beslissingen op lager niveau

    Op het niveau van het ambtelijk apparaat worden voor de individuele burger ook beslissingen genomen. Over de manier waarop dat gebeurt hebben wij ook een duidelijke visie. Deze is te vinden in paragraaf 13: "De Gemeente als dienstverlener".

    terug naar inhoudsopgave

     

    2. Overige plannen op bestuurlijk gebied

  • Raadgevend referendum en gekozen burgemeester
  • D66 fractie als echte volksvertegenwoordiging
  • Behoud identiteit van de dorpen
  • Gemeentehuis in Doorn
  • Raadgevend referendum

    Een speciaal middel om naar burgers te luisteren is het referendum. D66 is voor invoering van een raadgevend referendum in de nieuwe gemeente, voor onderwerpen die zich daar voor lenen. Denk bijvoorbeeld aan de keuze uit verschillende ontwerpen voor een gezichtsbepalend gebouw.

    Een degelijk referendum dient zich dan te beperken tot de betrokkenen (in dit voorbeeld het betreffende dorp).

    Ieder dorp moet een referendum kunnen afdwingen.

    Gekozen burgemeester

    De invoering van een direct gekozen burgemeester wordt rond 2010 verwacht. Onder de huidige regelgeving is het mogelijk dat de bevolking kiest uit twee voorgedragen kandidaten. D66 is hier groot voorstander van.

    Opstelling van D66 in de Gemeenteraad

    Zoals eerder in dit verkiezingsprogramma aangegeven, ligt het probleem van de kloof tussen gemeentebestuur en maatschappij ook bij de Gemeenteraad. U kiest die Gemeenteraad. Wij kunnen alleen maar aangeven hoe we vinden dat de Gemeenteraad zou moeten functioneren en hoe raadsleden zich zouden moeten opstellen.

    Dit betekent wat meer afstand nemen van het bestuurlijke cirkeltje en de vastgeroeste patronen hierin, zich wat onafhankelijker opstellen, en het sterk gedaalde vertrouwen van de meerderheid van de burgers in bestuur én politiek serieus nemen.

    D66 zet het belang van de gemeenschap op de eerste plaats

    Onze raadsleden gaan naar eer en geweten het bestuur controleren, onderwerpen op de agenda zetten, plannen beoordelen, bijstellen en goed- of afkeuren. Hierbij zal altijd het belang van de gemeenschap in het oog worden gehouden en niet het belang van de partij!

    Als een andere partij met een (in onze ogen een voor de gemeenschap) goed voorstel komt zullen we dat steunen en niet proberen hen te laten struikelen omdat dat ‘beter’ zou zijn voor onze partij.

    Vele politici zien van mening veranderen als gezichtsverlies, D66 niet. Je bent nooit te oud om van elkaar te leren. Als onze raadsleden door nieuwe inzichten een eerder ingenomen standpunt moeten veranderen, zullen ze dat ook doen. Wij kijken op ieder moment eerlijk wat het beste is voor de gemeenschap als geheel.

    Behoud identiteit van de dorpen

    Sommige mensen zijn bang dat de identiteit van hun dorp verloren zal gaan. Door onze voorstellen op bestuurlijk gebied wordt dit voorkomen. Als er overlegd wordt met betrokkenen dan zijn dat dus de mensen uit het betreffende dorp, een dorp kan een referendum afdwingen, en mensen met initiatieven voor bescherming van de dorpsidentiteit (zoals alle initiatieven voor het versterken van een sociale band) worden als het aan ons ligt met open armen ontvangen door de Gemeente.

    Het centraal gelegen Doorn is de aangewezen plaats voor het nieuwe gemeentehuis.

    Uit oogpunt van doelmatigheid kunnen bepaalde functies (openbare werken, materiaalopslag, gemeentewerf, aanbieding grof vuil, plantsoenendienst, e.d.) decentraal blijven maar wel met een centrale aansturing.

    In principe vergaderen de Gemeenteraad en evt. commissies in het gemeentehuis te Doorn. Wanneer de belangrijkste agendapunten echter met name één van de vijf dorpen aangaan, dan vindt D66 dat die vergadering in het betreffende dorp moet worden gehouden.

    terug naar inhoudsopgave

     

    Deel 2: Beleid

     

    Groen, met ruimte om te leven

    3. Natuur en milieu

  • Unieke landelijke karakter van de Heuvelrug behouden
  • De hoeveelheid ‘groen’ blijft gelijk
  • Afspreken welke activiteit mag in welk stuk natuur
  • Er moeten gastheren/toezichthouders komen in het bos
  • Boeren zijn partners in natuurbeheer
  • Aparte ambtenaar voor natuur en agrarische sector
  • Adoptie gemeentegroen door particulieren
  • Ruimte voor bedrijvigheid met respect voor de omgeving
  • Licht- en geluidsvervuiling tegengaan
  • De vervuiler betaalt
  • De Heuvelrug, een groene gemeente

    1 januari 2006 fuseren vijf prachtige tegen de Utrechtse Heuvelrug gelegen dorpen tot één nieuwe gemeente met veel natuurschoon en een stijlvolle landelijke uitstraling. De dorpen maken deel uit van de Stichtse Lustwarande met zijn landhuizen en tuinen. Parallel hieraan ligt het mooie Langbroekerweteringgebied.

    Maar als er iets is dat de dorpen in de nieuwe gemeente bindt dan is het de natuur van het Nationale Park Heuvelrug waarvan het overgrote deel binnen haar grenzen ligt. Het kenmerkt de gemeente, biedt ontspanning, plezier, maar bijvoorbeeld ook economische kansen (denk aan toerisme).

    Het gebied is omringd door buurgemeenten als Zeist, Veenendaal en Ede, waar de verstedelijking oprukt. D66 vindt dat het unieke karakter van de Heuvelrug -groen, kleinschalig en rijke cultuurhistorie- behouden moet blijven als een natuurlijk gebied tussen stedelijke kernen. En waar mogelijk dit karakter versterken, door de ruimtelijke ordening en de economie hier nog beter op af te stemmen.

    Natuur voor ons allemaal

    De hoeveelheid ‘groen’ in onze gemeente moet gelijk blijven of zelfs groeien. Met ‘groen’ bedoelen we de totale waarde en kwaliteit van de natuur op een bepaalde plek, en hoe deze wordt ervaren.

    Dat betekent niet dat elk stukje natuur onaantastbaar is. Binnen de ‘rode contouren’ moet hier op een pragmatische manier mee worden omgegaan. Dus als er ‘hier’ om pragmatische redenen wat groen verdwijnt, dan wel tegelijkertijd ‘daar’ groen juist creëren.

    O.a. door de aanwezigheid van de hoger gelegen Heuvelrug en de laag gelegen weteringen en Rijn speelt water een belangrijke rol in het beheer van het landschap. In overleg met andere betrokken instanties als de Waterschappen dient de Gemeente de verdroging van de Heuvelrug tegen te gaan. Voor de omgeving van de Rijn bij Amerongen moet een plan komen waarin (water)recreatie en natuurontwikkeling beide de ruimte krijgen en elkaar zo mogelijk versterken.

    Om iedereen in de gelegenheid te stellen van de natuur te genieten en de natuur toch voldoende te beschermen, wil D66 dat in overleg met de natuurbeheerders goed wordt gekeken waar welke (recreatieve) activiteiten, met respect voor de natuur, wel en niet mogelijk zijn. De Gemeente kan door het ontsluiten of juist ontmoedigen van bepaalde verkeersstromen bij de ingangen van de gebieden deze ‘zonering’ ondersteunen.

    Er moeten gastheren en gastvrouwen in het bos komen die de taak van handhaving van de regels op zich nemen. Dit laten doen door mensen met (verantwoordelijkheids)gevoel voor het bos werkt beter dan dat pure wetshandhavers dit doen.

    Partners in natuurbeheer

    Om plezier te blijven houden in de geweldige natuur in onze gemeente, is een gedegen natuur- en milieubeheer nodig. Dit beheer ligt grotendeels bij particulieren, stichtingen en Staatsbosbeheer, en dus niet in handen van de Gemeente.

    Ook de boerenbedrijven spelen in het natuurbeheer een belangrijke rol. En daar kan de Gemeente wel een rol spelen. De agrarische sector is volop in ontwikkeling; denk aan doorgaande schaalvergroting, ecologisch boeren, branchevervaging (bijvoorbeeld de boer met een minicamping) en landgoedontwikkeling.

    D66 vindt dat de Gemeente extra kennis op moet bouwen om als volwaardige partner in het beheer van landbouw en natuur op te kunnen treden. Een aparte ambtenaar moet zich hiermee gaan bezighouden. Deze ambtenaar is dan ook verantwoordelijk voor het krijgen van zo veel mogelijk provinciale subsidies voor landschapsverbetering.

    De Gemeente is verantwoordelijk voor milieuvriendelijk onderhoud van het groen. Vrijwillige adoptie door, of verkoop aan bewoners van de omgeving biedt kansen meer te doen voor hetzelfde geld. Gemeentelijk groen kan zo samen op een plezieriger en milieuvriendelijker wijze behouden en beheerd worden. De Gemeente moet dan aan de ene kant wel enkele voorwaarden stellen (‘het blijft groen’, minimum onderhoud, etc.), en aan de andere kant faciliteren (bijvoorbeeld door beplanting ter beschikking te stellen).

    Ruimte voor bedrijvigheid met respect voor de natuur

    Leegstaande schuren in het buitengebied vormen een kraamkamer voor nieuwe bedrijfjes en boeren ontwikkelen er nevenactiviteiten. D66 wil deze economische functie niet verliezen, maar het kwetsbare gebied wel beschermen. Belangrijke criteria voor D66 zijn behoud van het uiterlijk van historische opstallen en het tegengaan van ‘verrommeling’. Geen nieuwe regels, die zijn er al genoeg.

    Om lichtvervuiling tegen te gaan in de buitengebieden willen we kijken of lantaarnpalen vervangen kunnen worden door LED verlichting in of langs het wegdek. Bijkomende voordelen: geen onderhoud en veel minder energiegebruik.

    D66 huldigt het principe ‘de vervuiler betaalt’ en wel evenredig met de mate waarin hij het milieu vervuilt. Wie meer vervuilt betaalt meer, dit geldt zowel voor particulieren als voor bedrijven.

    terug naar inhoudsopgave

     

    4. Wonen en bouwen

  • Met elkaar samenhangende inrichtingsplannen voor ieder dorp
  • Vroege samenwerking met grondeigenaren en projectontwikkelaars
  • Bouwen alleen binnen de rode contouren
  • Rode contouren niet meer oprekken
  • Meer woningen voor starters en senioren
  • Bouwen altijd passend in de omgeving
  • Landgoedvorming
  •  

    Het inrichten van de leefomgeving

    Wat betreft de inrichting van de ruimte is veel al bepaald in het Streekplan. De beslissingsruimte voor de nieuwe Gemeenteraad is daarom beperkt. De Gemeente moet snel de structuurvisies aanpassen of opstellen voor alle vijf de dorpen zodat deze samenhangen. Deze visies moeten tot stand komen (volgens onze principes van besturen nieuwe stijl) in samenwerking met de burgers zodat er zoveel mogelijk instemming mee is. Het bestemmingsplan moet hierna conform de opgestelde visies aangepast worden.

    Reële zakelijke samenwerking en vroegtijdige overeenstemming met grondeigenaren van de resterende schaarse locaties is hierbij van groot belang. Zo wordt voorkomen dat de grond door de oorspronkelijke eigenaren eerst aan commerciële projectontwikkelaars wordt verkocht. Bij projectontwikkelaars die al grond in bezit hebben, zorgt een vroege en goede samenwerking ervoor dat ze zoveel mogelijk meewerken aan bouwen volgens de structuurvisie. Ad hoc ontwikkelings-initiatieven met gebruikmaking van art. 19 procedures dienen te stroken met de structuurvisies.

    Ruimte om adem te halen: beperkt bouwen

    Een belangrijke zaak waar de Gemeente invloed op kan uitoefenen is wat, waar te bouwen. Maar ruimte om te leven, betekent ook ruimte voor groen, ook tussen de bebouwing. Vanwege de hoge landschaps- en natuurwaarden van het Heuvelruggebied zijn de uitbreidingsmogelijkheden voor woningbouw al decennia lang beperkt. Volgens D66 dienen deze waarden niet verder aangetast te worden. D66 is daarom voor beperkte nieuwbouw, maar dan wel geheel binnen de bestaande ‘rode contouren’. Dus grofweg geen uitbreiding van de dorpen buiten de huidige bebouwde kom.

    Voor een evenwichtige opbouw van leeftijdsgroepen is het van belang dat gebouwd wordt voor (economisch gebonden) starters op de woningmarkt in de huur- en koopsector. Maar ook voor senioren die al in de gemeente wonen (‘0-trede-woningen’). In het Heuvelrug gebied wonen heel wat senioren in grote huizen. Zij zouden graag kleiner willen wonen, maar er zijn onvoldoende geschikte woningen beschikbaar. Doorstroming binnen de bestaande woningvoorraad wordt door extra seniorenwoningen bevorderd en komt dus ook ten goede aan de starters

    Nieuwbouwplannen zijn op beperkte schaal gepland aan de zuidzijde van Driebergen en Leersum, en in Maarn (Buurtweg).

    D66 wil dat de Gemeente hierbij een actieve rol speelt om de juiste soort woningen gebouwd te krijgen. Dit in samenwerking met de bestaande woningbouwcorporaties en zonodig met gebruikmaking van de wet Voorkeursrecht Gemeenten.

    Bouwmogelijkheden op kleinere schaal zijn er op inbreidings- , reconstructie- en verdichtingslocaties in de bestaande dorpskernen. Hier en daar zijn er verloederde plekken waar een kwalitatieve inhaalslag zeer gewenst is.

    De inbreidings- en nieuwbouwlocaties moeten bebouwd worden met zorg voor het mooie aangezicht van de dorpen, dat wil o.a. zeggen niet al te volgepakt ten gunste van de gemeentekas.

    Bouwen in de buitengebieden kan volgens D66 alleen zeer beperkt wanneer het landschap er op vooruit gaat (denk aan landgoedvorming).

    terug naar inhoudsopgave

     

    5. Verkeer en vervoer

  • Snel verbeteren afvoer verkeer naar A12
  • Snel ongelijkvloerse spoorkruisingen bij Driebergen en Maarsbergen
  • Zwaar verkeer terugdringen
  • Files net buiten Doorn, in plaats van in het centrum
  • Meer fietspaden op de Heuvelrug
  • Parkeren in dorpskernen blijft gratis
  • Meer P&R capaciteit bij de stations
  • Stationsgebied Driebergen ontwikkelen passend in het landschap
  • Shuttlebus Amerongen-Leersum-Amersfoort
  •  

    Verkeer

    De provinciale weg N225 van Utrecht naar Arnhem is dè oost-west verbinding: vier van de vijf dorpen verbindend vormt het de vervoersslagader van de gemeente. De N227 (Cothen-Amersfoort) en de N226 (Leersum-Amersfoort) vormen de noord-zuid verbindingen.

    Het nog steeds groeiende verkeersaanbod op deze wegen dreigt de leefbaarheid in de dorpen (verder) aan te tasten. Diverse knelpunten belemmeren een vlotte verkeersafwikkeling. D66 vindt dat de aanpak van deze problemen een hogere prioriteit verdient. De Gemeente moet veel actiever bij Rijk en Provincie aandringen op structurele verbeterplannen:

  • Zo snel mogelijk doorgaan met de (tijdelijk stopgezette) verbreding van de A12 en de bijbehorende herstructurering van op- en afritten, en de viaducten weer geschikt maken voor vrachtwagens boven de 50 ton.
  • Zo snel mogelijk ongelijkvloerse spoorwegkruisingen bij Maarsbergen en station Driebergen-Zeist. In de spits zijn bij station Driebergen-Zeist de spoorbomen meer dan de helft van de tijd gesloten!
  • Deze maatregelen zullen volgens ons het fileleed en verkeersoverlast in de dorpen verminderen.

    De Gemeente moet zelf aan de slag met de bedrijventerreinen en het (bijbehorende) vrachtwagenverkeer. Bedrijven met veel zwaar verkeer die niet locatiegebonden zijn (dus met weinig lokale, c.q. dorpsklanten) moeten gestimuleerd worden zich te verplaatsen naar de dorpsrand of naar locaties dichter bij de A12.

    Ideeën om zwaar verkeer te verminderen in de dorpskernen moeten in goed overleg met de betrokkenen afgewogen worden. Bijvoorbeeld grote vrachtwagens (verplicht) laten parkeren op (aan te leggen) bedrijventerreinen bij de A12. Noodzakelijk verder vervoer voor bevoorrading met kleine vrachtwagentjes en busjes laten plaatsvinden. Dit soort plannen willen we niet van bovenaf opleggen maar in samenwerking realiseren en alleen als de meerderheid het wil.

    De kruising van de N225 en N227 in Doorn veroorzaakt overlast in het centrum en een slechte doorstroming. Wij willen onderzoeken of het aanbrengen van dosering d.m.v. verkeerslichten net buiten het dorp en/of een rotonde op de kruising mogelijk zijn om deze problemen te verminderen.

    Het doortrekken van de N226 van Leersum naar Wijk bij Duurstede is een mogelijkheid waar D66 op dit moment geen eensluidend oordeel over heeft.

    De uitkomst van overleg met betrokkenen en deskundigen (besturen nieuwe stijl!) zal ons standpunt helpen bepalen.

    Om de aantrekkingskracht en de toegankelijkheid van het Nationaal Park te vergroten moet het bestaande fietspadennet ("dus niet brommen") door bos en heide worden verbeterd en uitgebreid.

    Parkeren

    Parkeren in de dorpskernen moet gratis blijven.

    Openbaar vervoer

    De treinverbindingen via de stations Driebergen-Zeist en Maarn dienen op peil te blijven.

    De P&R capaciteit bij de stations moet professioneel worden uitgebreid. Die uitbreiding en een bescheiden transferium kunnen bijdragen tot het terugdringen van de automobiliteit en tevens een functie vervullen als één van de toegangspoorten tot het Nationaal Park.

    D66 wil dat station Driebergen-Zeist de allure krijgt die bij de Heuvelrug past: toegankelijk en stijlvol. Het stationsgebied is een zeer aantrekkelijke locatie voor de vestiging van kantoren en wellicht ook woningen. Het moet de uitstraling van een landgoed krijgen, passend in de Stichtse Lustwarande. Dit lukt alleen wanneer particuliere initiatiefnemers, investeerders en overheden het spel samen weten te spelen. Een actieve opstelling van de Gemeente als partner is hiervoor onontbeerlijk.

    Ter verbetering van het openbaar vervoersnetwerk, stelt D66 voor een shuttlebus vanuit Amerongen, via Leersum op station Amersfoort te laten rijden. Een frequente verbinding met een shuttlebusje tussen Maarn en Doorn verdient nader onderzoek, teneinde de wat mindere bereikbaarheid per openbaar vervoer van Maarn vanuit de andere dorpen te compenseren.

    Als onderdeel van een beter op de aantrekkingskracht van het Nationale Park afgestemd openbaar vervoer, ziet D66 graag een (‘diefstalproof’) witte fietsen plan ingevoerd worden. Dit stimuleert recreatie en dus de plaatselijke economie.

    terug naar inhoudsopgave

     

     

    Een bloeiende economie, nu maar ook later

    6. Economische vitaliteit

  • ‘Schone’ en ‘groene’ economie: toerisme, dienstverlening en onderwijs
  • Op ambtelijk niveau bevorderen coöperatieve houding t.o.v. bedrijven
  • Administratieve lasten voor bedrijven omlaag
  • Wethouder economische zaken en account manager voor bedrijven
  • Sectoren onderwijs en toerisme/recreatie/horeca stimuleren
  • Bedrijventerrein Amerongen niet uitbreiden
  • Kleinschalige bedrijvigheid in de dorpen laten blijven
  • Stimuleren dagrecreatie: bezoekerscentra en witte fietsen op Heuvelrug
  • Stimuleren hotels en horecabezoek in dorpskernen
  • Voor de (economische) vitaliteit van de Heuvelrug is het nodig dat de Gemeente het (ongewild) tegenwerken van bedrijven stopt, en een prettige maar wel zakelijke partner wordt voor bedrijven. Zo ver als mogelijk moet de Gemeente de administratieve lastendruk op bedrijven verminderen.

    Een heldere communicatie en informatie-uitwisseling tussen ondernemers en Gemeente is ook van belang. Economische Zaken dient daarom een volwaardige wethoudersportefeuille te zijn, ondersteund door een deskundige gemeentelijke ‘account manager bedrijven’.

    ‘Schone’ economie

    Het beleid dient verder te zijn gericht op het stimuleren van sectoren/branches die passen bij het (groene) karakter van de Heuvelrug: toerisme en recreatie, onderwijs, zorg en dienstverlening, kortom ‘schone’ bedrijvigheid. Ook de digitale dienstverlening moet verder worden opgetuigd (zoek ook aansluiting bij ‘digitale bedrijvenloket’, een landelijk project van de KvK Utrecht).

    Het bovenstaande betekent ook dat D66 vindt dat de Heuvelrug geen plaats moet bieden aan industrie en (productie)bedrijven van enige omvang. In voorkomende gevallen moet herhuisvesting op meer geschikte en beter bereikbare locaties (desnoods buiten de gemeente) worden gestimuleerd. Kleinschalige bedrijventerreinen (Pluimveelocatie Doorn, locatie langs het spoor in Maarsbergen) dienen zorgvuldig te worden (her)ingericht en ontsloten.

    D66 is tegenstander van een nieuw aan te leggen bedrijventerrein (groen werklandschap) grenzend aan het huidige Amerongense industriegebiedje, vanwege de aantasting van de landschappelijke waarden en de verkeersaantrekkende werking ter plaatse.

    Uit de kleinere dorpen verdwijnen de dorpswinkels. Hoewel dit niet geheel en al tegen te gaan is, vindt D66 dat de Gemeente wel in overleg met de betrokken winkeliersverenigingen moet kijken, hoe het winkelaanbod zo goed mogelijk wordt / blijft. Wonen en kleinschalig werken door elkaar verbetert de vitaliteit van de dorpen.

    Toerisme en recreatie

    De toeristische sector is nu al erg belangrijk voor de lokale economie. Toch biedt deze sector volop kansen nog belangrijker en profijtelijker te worden.

    De ligging van de Heuvelrug nabij de Randstad maakt het gebied met name voor dagrecreatie aantrekkelijk. Cultuurhistorische bezienswaardigheden als kasteel Huis Doorn en kasteel Amerongen vergroten de aantrekkingskracht. Het lijkt D66 goed voor de plaatselijke horeca als recreanten na hun bezoek aan natuur of kasteel -meer dan nu- aangetrokken worden door één van de dorpskernen om daar te gaan eten of drinken. Initiatieven op dit gebied moeten gefaciliteerd worden (zoals overigens elk goed initiatief).

    Voor verblijfsrecreatie zijn er binnen de gemeente al een behoorlijk aantal vakantie-, bungalow- en campingterreinen. Gelet op het aanzienlijke ruimtebeslag van deze terreinen binnen het Nationaal Park is D66 van mening dat verdere uitbreiding van deze sector ongewenst is. De hoeveelheid hotelaccommodatie daarentegen zou wel vergroot mogen worden, dus moeten de gemeentelijke drempels voor Hotelondernemers verlaagd worden.

    Bij het verder "optuigen" van het Nationaal Park is voor de Gemeente een belangrijke rol weggelegd. Eén of meerdere bezoekerscentra (tevens "toegangspoort") met bijbehorende functies als parkeercapaciteit, horeca en fietsverhuurmogelijkheden of zelfs witte fietsen, kunnen als publiek-private projecten worden ontwikkeld, met inbreng en instemming van de betrokken grondbezitters. De Gemeente dient vooral planologisch en planprocedureel de vereiste inspanningen te leveren om hier een successtory van te maken. Dus wederom: drempels verlagen en zich opstellen als partner.

    De Rijn bij Amerongen biedt kansen op het ontwikkelen van waterrecreatie. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met de natuurwaarden van de omliggende uiterwaarden, die deels onderdeel vormen van een natuurontwikkelingsproject.

    terug naar inhoudsopgave

     

    7. Onderwijs en (kennis)economie

  • Onderwijs en onderwijsvernieuwing goed faciliteren d.m.v. de huisvesting
  • Stimuleren multifunctionele schoolgebouwen
  • Meehelpen goede leerkrachten in het onderwijs aan te trekken
  • Stimuleren van ‘brede school’
  • Het onderwijs zorgt er in het algemeen voor dat de bevolking goed is opgeleid, een zeer belangrijke voorwaarde voor een bloeiende, vitale economie in de toekomst.

    In de gemeente zijn veel onderwijsinstellingen gevestigd: het basisonderwijs in de dorpen, voortgezet onderwijs in Doorn en Maarsbergen. De verschillende beroepsopleidingen, cursus- en congrescentra in Doorn en Driebergen passen goed in het landelijke D66 beleid om de kenniseconomie te ontwikkelen. Onderwijs is dus een belangrijke economische branche die zorgt voor heel wat werkgelegenheid.

    Omdat onderwijs zo belangrijk is voor de nieuwe gemeente, is het nodig dat er goede faciliteiten voor het onderwijs zijn. Wie voorop wil blijven lopen, moet zich blijven vernieuwen. In het basis- en voortgezet onderwijs moeten onderwijsvernieuwende activiteiten daarom waar mogelijk worden gefaciliteerd. Aanpassingen van schoolgebouwen zijn hiervoor soms noodzakelijk. De rol van onderwijs in de huidige en toekomstige gemeentelijke economie rechtvaardigt de hiervoor noodzakelijke gemeentelijke investeringen.

    Bovendien vindt D66 dat schoolgebouwen deel uit maken van de maatschappij. Door een slimme (multifunctionele) indeling, kunnen de gebouwen buiten schooltijd deels worden gebruikt voor avondcursussen, culturele activiteiten, e.d. Creatieve combinaties van functies verhogen het gebruik van een schoolgebouw waardoor er meer gebruik van gemaakt wordt voor het afgeschreven is.

    D66 ondersteunt de gedachte van de ‘brede school’, waar voor- en naschoolse opvang in de school mogelijk is. Wanneer de school dit wil, moet naar mogelijkheden gezocht worden om deze plannen te realiseren. Doordat ze een ontmoetingsplek voor de ouders zijn, zorgen basisscholen en zeker die met buitenschoolse opvang voor sociale samenhang, wat erg belangrijk is omdat die op andere fronten is afgenomen.

    Meer vakleerkrachten in het basisonderwijs, vooral voor lichamelijke opvoeding, zijn gewenst.

    De Gemeente moet de aantrekkelijkheid voor leerkrachten om in onze gemeente te komen werken helpen te verhogen door te zorgen voor goede faciliteiten.

    terug naar inhoudsopgave

     

     

    Veilig, plezierig en gezond leven

    8. Sport

  • Sport is gezond
  • Sportverenigingen zijn belangrijk voor het creëren van sociale verbanden
  • Sportaccommodaties op peil houden
  • Geen gedwongen fusies
  • Kosten zwembaden kritisch blijven bekijken
  • Beheer accommodaties uitbesteden als de clubs dit willen
  •  

    Sport is gezond, onze regio biedt voldoende mogelijkheden om individueel en in verenigingsverband te sporten.

    De sportverenigingen spelen een belangrijke rol in de lokale samenleving. Ze bieden meer dan alleen sportbeoefening: ze binden mensen, worden in de meeste gevallen goed gesteund door vrijwilligers, ze kweken en koesteren saamhorigheid in hun dorp. Daarom vindt D66 dat de sportverenigingen mogen (blijven) rekenen op goede faciliteiten. De fusie op zich mag geen reden zijn om sportinstellingen te korten op (financiële) tegemoetkomingen en faciliteiten. De verenigingen moeten op dorps-, buurt- of wijkniveau blijven bestaan.

    Accommodaties moeten betaalbaar zijn en blijven. Voor de zwembaden zal het iedere keer weer nodig zijn af te wegen hoeveel gemeenschapsgeld er verantwoord in kan worden gestoken.

    Sportvelden, sportzalen en sporthallen die in het bezit zijn van de Gemeente, zouden ook door een aparte stichting beheerd kunnen worden, als de clubs dit willen. D66 vindt, dat privatisering van accommodaties niet ten koste mag gaan van de bereidheid van vrijwilligers zich voor de sport in te zetten.

    Met de oprichting van het Heuvelrug Sport Initiatief heeft de Gemeente een mondige en goed georganiseerde partner in de sport gekregen.

    terug naar inhoudsopgave

     

    9. Gezondheid, zorg en welzijn

  • Alle WMO gelden gebruiken voor maatschappelijke ondersteuning
  • Hulp aan burger bij invulling van persoonlijk thuiszorgbudget
  • Zorgloketten voor ouderen in ieder dorp
  • Huisartsenpost in de gemeente Heuvelrug
  • Welzijnsvoorzieningen blijven per dorp georganiseerd
  • Koester de vrijwilliger in de zorg
  • Plek voor de jeugd, maar op hun eigen initiatief
  • Zorg & service verlening

    De nieuwe "wet maatschappelijke ondersteuning" (WMO) vervangt de huidige "bijzondere bijstand" en de "wet voorzieningen gehandicapten" (WVG). Tegelijk hiermee wordt de uitvoering overgeheveld van de landelijke overheid naar de gemeenten die hiervoor een budget gaan krijgen.

    Een goede invoering van de WMO is nog een hele klus waarbij de Gemeente ook enige keuzevrijheid heeft bij de verdeling van het geld.

    D66 zal de invoering kritisch volgen waarbij de volgende punten als leidraad gelden:

  • De burger staat centraal en moet weten waarop hij kan rekenen.
  • De burger moet makkelijk zijn weg naar de voorzieningen kunnen vinden.
  • Efficiënt en doelmatig gebruik van het beschikbare budget.
  • Zo min mogelijk bureaucratie.
  • Financiële risico’s zoveel mogelijk beperken.
  • Ook het vrij te besteden deel van het budget moet gebruikt worden voor de voorzieningen zoals die in de WMO genoemd worden.
  • Goed overleg met patiëntenorganisaties over de invulling van deze voorzieningen is en blijft essentieel.

    De thuiszorgorganisatie verandert: klanten krijgen meer keuzemogelijkheid bij inkopen van hun zorg. D66 vindt dat iedereen die daar behoefte aan heeft, ondersteuning moet kunnen krijgen bij het invullen van zijn of haar persoonsgebonden budget.

    Ouderen hebben de meeste zorg nodig, zij zijn vaak gebonden aan hun woonplaats. De voorzieningen moeten voor hen in de dorpen blijven: zorgloketten, die voor iedereen bereikbaar moeten zijn, een seniorenloket voor alle facetten van de zorg en een ouderenadviseur per dorp.

    Maar ook het tegengaan van vereenzaming, bijvoorbeeld door het stimuleren van initiatieven op dit gebied (zoals bijvoorbeeld sport voor ouderen), vinden wij belangrijk.

    D66 is een voorstander van langer zelfstandig wonen door ouderen.

    De polikliniek in Doorn moet blijven. Daarnaast ziet D66 het liefst dat de nieuwe gemeente een eigen huisartsenpost krijgt, voor vele mensen is Zeist of Ede te ver weg.

    Het huidige huisartsenbestand wordt in de komende jaren voor een substantieel deel vervangen door jongere collega’s die het liefst in deeltijd vanuit een groepspraktijk werken. De Gemeente moet dit volgens D66 per dorp gaan faciliteren om te voorkomen dat we straks een tekort aan huisartsen hebben.

    Welzijn

    Welzijnsorganisaties moeten dicht bij de mensen staan, dus per dorp georganiseerd blijven.

    Naast professionele krachten zijn vrijwilligers onmisbaar. En wat nu in de dorpen goed functioneert, hoeft niet te worden veranderd.

    De bijdrage van een welzijnsorganisatie aan de maatschappij moet vastgelegd worden in een prestatieovereenkomst (zie subsidiebeleid). Welzijnsorganisaties voor ouderen, gehandicapten- en jongerenplatforms moeten de financiële steun en de professionele ondersteuning die ze nu krijgen behouden, mits ze de afgesproken prestatie leveren natuurlijk.

    Voor de jeugd moet per dorp een eigen plek zijn, waar elke leeftijd, autochtoon en allochtoon, terecht kan. D66 vindt het heel belangrijk dat initiatieven hiervoor vanuit de jeugd zelf komen. Met een voorziening die van bovenaf voor hun geregeld is hebben ze geen binding en zijn ze niet begaan, wat een grotere kans geeft op mislukking. De Stichting Jongeren Platform Leersum is een goed voorbeeld van wat jongeren kunnen bereiken als zij zich organiseren.

    terug naar inhoudsopgave

     

    10. Cultuur

  • Cultuur: sociaal bindmiddel en zelfontplooiing
  • Organisaties op dorpsniveau mogen blijven
  • Nieuwe initiatieven die cultuur versterken omarmen
  • Geld reserveren voor goede initiatieven
  • Bibliotheek per dorp, eventueel breed centrum van informatie
  • Kunst- en muziekbeoefening bereikbaar voor iedereen
  • Bij alle ruimtelijke ingrepen rekening houden met historische karakter
  • Wat voor de sportverenigingen geldt, geldt ook voor de culturele verenigingen en culturele evenementen in de verschillende dorpen. Ze vormen een sociaal bindmiddel en alleen al daarom mogen ze er door de fusie niet ineens op achteruit gaan.

    Later zullen vanzelf verschuivingen gaan optreden naar uitingen die mogelijk worden door de grotere schaal van de gemeente.

    Niet alle subsidie moet op voorhand vergeven zijn, er moet een reserve zijn om nieuwe initiatieven te ondersteunen, bij voorkeur gericht op de jeugd.

    Voorzieningen

    Er zal in de afweging geen geld en plaats zijn voor een schouwburg.

    Op iets kleinere schaal staan wij achter de initiatieven in Leersum, Doorn en Driebergen voor een cultuurhuis met o.a. theater, filmzaal en expositieruimte. De voorzieningen en hun uitingen zijn ook bestemd voor dag- en verblijfsrecreanten.

    Bibliotheken moeten blijven bestaan per dorp. De bibliotheken zijn zich aan het ontwikkelen tot een breed centrum van informatievoorziening. D66 is hier voorstander van. In overleg zouden kleinere bibliotheken goed samen kunnen worden gehuisvest met andere informatieloketten, zoals VVV, woningcorporatie, informatie van de Gemeente, zorgloket, enz.

    Kunstbeoefening en -beleving

    D66 vindt het belangrijk dat vormen van kunst en cultuur die de inwoners nu beoefenen en beleven mogelijk en bereikbaar blijven. Het gaat om:

  • cursusprojecten voor beeldende kunst en cultuur
  • muziekscholen en projecten voor actieve muziekbeoefening
  • musicals op basisscholen en het vak CKV in het voortgezet onderwijs
  • Cultuurhistorie

    De nieuwe gemeente herbergt vele monumenten, kastelen, landhuizen, mooie dorpsgezichten en enkele musea. Omdat het hier ons eigen (historisch waardevolle) erfgoed betreft en omdat dergelijke cultuur toerisme aantrekt, vindt D66 dat de Gemeente ieder initiatief om iets met deze ‘schatten’ te doen positief moet benaderen en waar mogelijk omarmen en helpen realiseren.

    Cultuurhistorie is uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen en herziening van bestemmingsplannen.

    terug naar inhoudsopgave

     

    11. Veiligheid en leefklimaat

  • Ook eigen verantwoording voor veiligheid, buurtpreventie stimuleren
  • Ouders van vandalen aansprakelijk stellen
  • Aanpak fietsendiefstal op stations
  • Onveilige plekken veiliger maken
  • Meer verkeersveiligheid op oversteekplaatsen en fietspaden
  • Brandweer per dorp handhaven
  • Respect van en voor alle inwoners
  • Initiatieven die sociale samenhang vergroten omarmen
  • Stimuleren verdere inburgering nieuwkomers
  • Zelfde rechten en plichten voor zowel allochtonen als autochtonen
  • Veiligheid

    Zorgen voor veiligheid is niet alleen een taak van de politie, maar van alle mensen en organisaties die hier ook iets aan kunnen bijdragen, zoals jongerenwerk, scholen, burgers (ouders) enz.

    D66 wil dat burgers zich (mede) verantwoordelijk voelen voor hun veiligheid. Men kan hier zelf aan bijdragen door inbraakpreventieve maatregelen te nemen, en door sociale controle, o.a. in de vorm van afspraken met buren enz. D66 ziet graag de positieve kanten van het ‘oude buurtgevoel’ en de daarbij horende sociale binding terugkeren in onze eigen omgeving.

    Buurtpreventieprojecten moet dan ook worden gestimuleerd.

    Bij gevallen van vandalisme (veelal gepleegd door minderjarigen) vindt D66 dat de verantwoordelijke ouders hierop moeten worden aangesproken en dat eventuele schade op hen verhaald moet worden.

    Handhaving van de openbare orde (belangrijk onderdeel van het veiligheidsgevoel bij de burgers) is de taak van de politie, onder verantwoording van de burgemeester. De rol van de wijkagent dient hiervoor waar nodig is versterkt te worden: de politie moet nog meer zichtbaar worden op straat.

    De Gemeente moet dus ook aandringen op vermindering van bureauwerk voor agenten.

    Veel voorkomende, ergerlijke criminaliteit zoals fietsendiefstal bij de NS-stations moet nu eens echt effectief bestreden gaan worden.

    Er dient aandacht te zijn voor een sociaal veilige inrichting van de woonomgeving. De Gemeente kan hier volgens D66 aan bijdragen door waar nodig de openbare verlichting en het openbaar groen zodanig aan te passen dat plekken overzichtelijk worden en blijven.

    De veiligheid in het verkeer kan verhoogd worden door veilige oversteekplaatsen, dito fietsroutes en uitbreiding van de 30 km zones. Op diverse plaatsen kunnen knelpunten in de toegankelijkheid voor gehandicapten opgelost worden door (vaak geringe) aanpassingen van de openbare bestrating.

    D66 vindt dat de vrijwillige brandweer per dorp gehandhaafd moet blijven. De aansturing dient wel centraal te worden georganiseerd.

    Bij bovengenoemde veiligheidsaspecten is het van belang dat de Gemeente zorgt voor heldere voorlichting naar en inzichtelijke communicatie met de burgers. Zo moet bekender worden dat het doen van aangifte van een misdrijf veel gemakkelijker is geworden (dit kan nu via internet), en dat door altijd aangifte te doen de burger meehelpt bij het zorgen voor veiligheid.

    D66 wil een klimaat van respect

    Niet alleen grote steden maar ook dorpen op de Heuvelrug worden steeds meer divers als het om groepen mensen met verschillende culturele achtergronden gaat. Dat kan een verrijking zijn, maar de tegenstellingen kunnen ook zeer lastig zijn op zijn tijd. De gemakkelijkste weg is om elkaar te ontlopen, maar dan zullen de tegenstellingen steeds lastiger worden.

    Uitgangspunt voor D66 is respect voor verschillen en solidariteit met mensen die in de knel zitten. De opgave van alle inwoners is om te zorgen voor een klimaat waarin het niet te moeilijk is om dat respect ook daadwerkelijk op te brengen. Zo verdienen bijvoorbeeld initiatieven om mensen met uiteenlopende achtergrond met elkaar in contact te brengen veel waardering. Hetzelfde geldt voor organisaties die solidariteit in praktijk brengen.

    Voor nieuwkomers is inburgering van groot belang. Dat vraagt een inspanning van de organisaties die daarvoor zijn, maar ook van de nieuwkomers zelf. En die moeten en mogen, als het nodig is, daarop worden aangesproken.

    Voor mensen van buitenlandse afkomst gelden dezelfde rechten en plichten als voor ieder ander. Dat betekent bijvoorbeeld dat de Gemeente in alle redelijkheid en zorgvuldigheid moet helpen zoeken naar geschikte plaatsen voor religieuze en culturele samenkomsten. Maar ook dat maatschappelijk ongewenst gedrag (al dan niet voortkomend uit hun culturele achtergrond) gecorrigeerd mag worden.

    terug naar inhoudsopgave

     

     

    De gemeentelijke lusten en lasten:

    kwaliteit voor een redelijke prijs’

    12. De gemeentelijke financiën op orde

  • Begrotingsdiscipline
  • Helderheid in uitgaven
  • Eén subsidiereglement, subsidies verbinden aan prestaties
  • Geen toeristenbelasting heffen
  • Belastingen inclusief OZB mogen niet meer stijgen dan de index
  • Herindeling mag de burger geen extra geld kosten
  • Gemeente hoeft niet alles zelf te blijven doen, geen zelfinstandhouding
  • Koop geen advies, maar ervaring
  • Geen schuld opbouwen

    De begroting van de Gemeente dient te allen tijde sluitend te zijn en -zo lang zich geen calamiteiten voordoen- te worden nageleefd. In principe mag er dus niet meer worden uitgegeven dan dat er binnenkomt.

    De Gemeente moet duidelijk verslag leggen hoe de beschikbare middelen zijn besteed, zodat dit voor de burger volledig inzichtelijk is en op rechtmatigheid kan worden getoetst.

    Subsidiebeleid

    Er moet één transparant subsidieregelement komen. De bijdrage van een gesubsidieerde organisatie aan de maatschappij moet vastgelegd worden in een prestatieovereenkomst, en terug te vinden zijn op de productbegroting van de Gemeente. De overheid moet transparant zijn bij het geven van subsidies, een overeenkomst sluiten en op de prestaties afrekenen.

    Verschillende voorzieningen zijn nu meestal evenwichtig gespreid over de dorpen. Wanneer voorzieningen niet in stand kunnen blijven per dorp, dan moet de Gemeente eerst kijken naar mogelijkheden voor clusters van dorpen: Doorn/Maarn, Leersum/Amerongen, Driebergen. Pas daarna kan worden overwogen één voorziening voor de hele gemeente in te stellen.

    Subsidie kan helpen een aanbod mogelijk te maken, of een accommodatie beschikbaar te houden.

    Subsidie is niet bedoeld om kostprijzen kunstmatig laag te houden. Kosten van deelname, materialen, enz. worden niet gesubsidieerd, maar betaald door de deelnemers. Deelname door mensen met lage inkomens wordt mogelijk gemaakt door beleid van sociale zaken, niet uit culturele subsidie.

    Geen lastenstijging

    De kostendekkende begroting mag niet leiden tot relatieve stijging van belastingen en heffingen. Belastingen (incl. OZB eigenaarsdeel), heffingen, e.d. mogen maximaal stijgen met de stijging van het gemiddelde prijspeil (CPI = consumenten prijs index van het CBS). De OZB is dus geen sluitpost.

    De gemiddelde belastingdruk voor de inwoners van de samenstellende gemeenten moet gelijk blijven of dalen (gecorrigeerd voor stijging van het gemiddelde prijspeil). Het gelijk trekken van de belastingtarieven die nu in de verschillende gemeenten gelden, betekent dus niet dat steeds kan worden gekozen voor het hoogste van de ‘oude’ tarieven.

    In de nieuwe gemeente wil D66 geen toeristenbelasting heffen. Nu gebeurt dat alleen in Doorn en Maarn. Wel heffen zou betekenen dat je in drievijfde van de gemeente deze belasting gaat instellen. Dat zou ingaan tegen onze algemene ideeën van regelvermindering en administratieve lastenverlichting voor ondernemers. Het financiële verschil is voor de hele gemeente relatief klein.

    De herindeling mag de burger geen extra geld kosten.

    Hoe?

    Toch willen we nog al wat als D66: vasthouden van bijvoorbeeld de bestaande voorzieningen voor de verschillende verenigingen in de dorpen, investeren in recreatie en onderwijs. Is de begroting dan wel sluitend te krijgen?

    Jazeker, het ‘besturen nieuwe stijl’ en de beoogde cultuuromslag in het ambtelijk apparaat bieden namelijk de kans om efficiënter te gaan werken. Bovendien gaat het in onze plannen vaak om ‘anders’ en niet om ‘meer’.

    Zo hoeft het budget van de Gemeente niet persé door de Gemeente voor u te worden uitgegeven. D66 gelooft dat mensen zelf het beste weten wat goed voor hen is en wat zij zelf soms goedkoper kunnen realiseren dan de Gemeente. Het moet daarom mogelijk zijn budget beschikbaar te stellen, wanneer burgers zelf met goede initiatieven komen die de Gemeente werk uit handen nemen ("wij willen het graag zelf regelen en wel als volgt …"). N.B. het gaat dus niet om extra geld, maar om geld dat anders door de Gemeente aan dezelfde taken was uitgegeven.

    Als de Gemeente iets moet doen waar ze te weinig kennis van heeft schakelt ze vaak een adviesbureau in. Dit schrijft een rapport en vervolgens gaat de Gemeente het zelf doen (bijvoorbeeld de aansturing van een bouwproject). Naast de kosten voor het advies draagt de Gemeente ook nog het financiële risico bij de uitvoering.

    Veel beter is om een externe partij in te huren met de juiste expertise die de klus gaat doen. En wel voor een afgesproken bedrag. Ergo: koop geen advies maar ervaring.

    Ook hier kan (soms heel veel) geld mee bespaard worden.

    De Gemeente mag uitbesteding die goedkoper is, of beter is voor hetzelfde geld, niet tegenhouden omdat ze zelf dan kleiner moet worden. Geen blinde zelfinstandhouding.

    terug naar inhoudsopgave

     

    13. De Gemeente als dienstverlener

  • Gemeente weer dienstbaar maken aan de gemeenschap
  • Stevig plan voor bevorderen klantvriendelijke cultuur in ambtelijk apparaat
  • Rol ombudsman versterken
  • Loket burgerzaken in Doorn, gratis vervoer voor minder mobielen
  • Openingstijden loket meer buiten kantooruren
  • Serviceteam handhaven
  • Hoe gaat het nu

    Als je als individuele burger of bedrijf te maken hebt met het gemeentelijk apparaat ervaar je vaak:

  • Traagheid.
  • Een defensieve houding.
  • De neiging om "het probleem" zo snel mogelijk ergens anders neer te leggen
  • De neiging om alles dat een beetje afwijkt van de ambtelijke "waarheid" lastig te vinden, en de bijbehorende burger lastig te vinden.
  • Dat (de te veel aanwezige) regels blind worden toegepast zonder oog te hebben voor het doel van een regel. Vaak is de misstand, waarvoor een regel gemaakt is, niet aanwezig of zelfs niet mogelijk in een bepaalde zaak.
  • Dit wordt over het algemeen samengevat als bureaucratie, maar het leek ons goed om het eens nader te omschrijven. Je kunt het ook tegenwerking noemen.

    Deze tegenwerking is niet bewust, maar het gevolg van een organisatie met een monopolie, en de daarin heersende cultuur. De gemeente is te veel een koninkrijkje geworden met eigen regels. Het lijkt wel alsof ze er voor zichzelf zitten in plaats van voor de hele bevolking (hun klanten). Hieraan moet nu echt eens een einde komen.

    De cultuur moet veranderen

    Ambtenaren moeten de grondhouding gaan krijgen om burgers te helpen zo snel mogelijk door de bureaucratische rompslomp heen te komen.

    De instelling (wat bij bedrijven heel normaal is) moet worden dat men niet telkens op ieder moment de gemakkelijkste weg kiest, maar de meest resultaatgerichte weg voor de totale duur van de relatie. En dan bedoelen we resultaat voor zowel klant als gemeenteorganisatie.

    Als burger snel een "nee" horen met een goede en reële uitleg, en daarbij aangereikt krijgen wat wel de mogelijkheden zijn, is ook klantvriendelijk. Waardering voor het feit dat de klant/burger een initiatief heeft moet er wel altijd zijn.

    Wij geloven dat een dergelijke werkwijze uiteindelijk niet meer, maar juist minder tijd kost en dus gemeenschapsgeld zal besparen.

    Behalve dat het voor de klant/burger grote voordelen heeft en er geld wordt bespaard, wordt ook voor de ambtenaar het werk leuker want hij zal veel meer directe en persoonlijke waardering krijgen in zijn relatie met de klant/burger.

    D66 wil dat het komende College van B&W het voortouw neemt om de cultuur in de organisatie met kracht te veranderen. Wij zullen in de Raad erop hameren dat de Gemeente hiervoor een plan maakt. Hierbij moet goed gekeken worden welke aanwezigheid of afwezigheid van gedragsbeïnvloedende factoren op alle ambtenaren en collegeleden deze cultuur veroorzaakt, en wat hier aan veranderd moet worden. Alleen maar zeggen dat het anders moet helpt niet.

    Wij zullen ook zo nu en dan individuele gevallen aankaarten om vanuit de Raad het College te ‘belonen’ of te ‘bestraffen’, en zo te zorgen dat die cultuur verandering er ook echt komt. Deze gevallen kunnen ook aangedragen worden door de gemeentelijke ombudsman.

    Ombudsman

    Een goede brieven- en klachtenafhandeling hoort vanzelfsprekend bij een klantvriendelijke cultuur en vindt D66 dus ook belangrijk. Er is nu al in minstens 3 van de 5 dorpen een ombudsman, maar niemand weet dat hij bestaat. In de nieuwe Gemeente moet hij blijven, bekender zijn en zijn klachten opgepakt worden door de Gemeente. Ook de ombudsman zal in de nieuwe cultuur niet als lastig worden beschouwd, maar als goed middel om de organisatie te verbeteren. De Raad moet ook van de klachten op de hoogte zijn en controleren of de Gemeente er iets mee doet en er van leert.

    Gemeenteloketten en serviceteam

    Los van het bovenstaande mag de fusie van de gemeenten niet ten koste gaan van de dienstverlening. De fusie zou juist tot een toename daarvan moeten leiden.

    Bij eerder gefuseerde gemeenten is gebleken dat, vanwege de lage bezoekfrequentie, een gemeenteloket in elk dorp duurder is dan gratis vervoer (op afroep) voor minder mobiele burgers. D66 is daarom voor één gemeenteloket (voor paspoort, rijbewijs, e.d.) in het gemeentehuis in Doorn en een gelijktijdige invoering van een dergelijke vervoersdienst.

    De openingstijden moeten verschoven worden en meer buiten de kantooruren komen te liggen zodat werkenden geen vrij hoeven te nemen om het loket te bezoeken.

    Het serviceteam, dat sommige gemeenten nu kennen, voor snelle probleemoplossing in de buurt, moet gehandhaafd blijven.

    terug naar inhoudsopgave

     

    14. Tenslotte

    Wij geloven niet in de maakbare samenleving (door de overheid).

    De samenleving maakt zichzelf. De samenleving, de maatschappij, burgers, bedrijven, organisaties enz. zijn de energiebronnen. Uit dit alles komen ideeën, kennis, geld, initiatieven, vooruitgang, de wil om sociaal te zijn, de wens om natuur te behouden, enz.

    Een heleboel zaken worden in de maatschappij onderling geregeld, voor een aantal zaken hebben we een overheid nodig. Deze moet reguleren: krachten in evenwicht brengen. Maar ook faciliteren: de energie uit de samenleving laten floreren.

    Wij hebben met z’n allen die overheid aangesteld om dit te doen. Maar de overheid moet wel zijn plaats weten. Het mag geen onbeïnvloedbare gigant worden die tegenover de burgers staat.

    Helaas wordt dit wel vaak zo ervaren.

    Een overheid, in ons geval de Gemeente, die zijn plaats kent beseft dat ze het best en het efficiëntst haar taak vervult als ze samenwerkt met de burgers. Op beleidsniveau en op uitvoeringsniveau.

    D66 wil graag deel uitmaken van het bestuur van zo’n Gemeente.

    Een Gemeente met stijl.

    In een gemeente met stijl.

    terug naar inhoudsopgave