Column

Heidag

Stel u heeft een gezin en gaat uw huis verbouwen. U neemt een architect in de arm die het ontwerp maakt en de aannemer aanstuurt.
Uw partner en kinderen hebben allerlei wensen die u vertaalt naar de architect. Hij geeft aan wat zijn oplossingen zijn, hoe duur hij verwacht dat die zijn, waarna u bepaalt wat wel en niet gedaan wordt. De architect heeft de taak de aannemer te laten doen wat u besloten heeft en controleert dit ook tijdens de bouw.
Niet alle wensen van uw gezin kunnen vervuld worden binnen het beschikbare budget. Ze begrijpen niet precies waarom en vragen zich af wat u eigenlijk bespreekt met die architect.

Tijdens de verbouwing doen zich allerlei problemen voor. De aannemer loopt uit zijn planning want de uitvoerder is een tijd ziek. Uw gezin vindt dat het maar niet opschiet. Overigens wilt u namens uw gezin nog een aantal dingen wijzigen op het oorspronkelijke plan. De architect heeft hier moeite mee want hij weet dat de aannemer hier een hekel aan heeft. Hij doet het toch en inderdaad baalt de aannemer want hij had al spullen besteld die hij moet annuleren, bovendien moet hij nieuwe materialen bestellen met een zodanige levertijd dat hij op een gegeven moment niet verder kan. Dit vertraagd ook de bouw. De architect verteld u dit. U vergeet het tegen uw gezin te zeggen waardoor zij denken dat de vertraging de schuld is van de architect en de aannemer.

Uw partner zegt op een dag tegen een timmerman: “kunt u vandaag niet eerst even het dak dichtmaken op zolder want morgen heb ik vrij en wil daar gaan schilderen”. De timmerman zegt: “sorry mevrouw, maar dat mag niet zonder steiger want dat is gevaarlijk. Die steiger is er nu niet dus het kan niet.” Uw partner zegt: “maar het kan toch met die ladder die daar staat?” “Nee, dat mag dus niet.” Uw partner is boos door de stugge houding en komt bij u klagen. U geeft dat weer door aan de architect. Die wordt een beetje boos want dit soort dingen zijn al vaker gebeurd. “Meneer ik zou het fijn vinden als u zich niet bemoeit met de uitvoering, de aannemer heeft een bepaalde planning waarvoor hij vele goede redenen heeft, die kunt u niet zomaar even veranderen!”
Enz. enz.

De sfeer verslechterd tussen u en de architect. De architect zegt: “zo gaat het niet langer, alles wat ik doe en voorstel is fout in uw ogen, uw vertrouwen in mij is weg. Maar misschien is het een goed idee om eens een ochtend samen rustig te praten over waarom het nou misloopt in deze bouw, en hoe wij beter kunnen samenwerken.”
U voelt er wel voor en neemt het idee mee naar uw gezin. “Belachelijk!”, is de reactie. “We moeten die uren dan ook nog zeker betalen? Nee hoor, geen sprake van, hij moet het maar gewoon beter doen!”

En zo doormodderend kwam er voor teveel geld een slecht huis (de aannemer had er ook geen zin meer in), waarvan de bouw te lang duurde, van alle betrokkenen  onnodig veel energie heeft gevergd en dat alles in een slechte sfeer.

Het huis is de gemeente, het gezin de inwoners, u de raad, de architect het college en de aannemer het gemeentelijk apparaat.

Het voorstel van de architect is de heidag.

Kees Heijmerink
Lijsttrekker D66 Heuvelrug

Vroegere columns